theater: KIP “vanalles is kiekenstront”

Posted by Nelle on mei 3, 2016 archief | Blog | familietheater | KIP | | No comments


KIP is vanalles geweest. En van ‘vanalles’ zeggen ze in een spreekwoord dat het kippenstront is. Ik hoor het mijn grootmoeder nog zeggen toen ze vroeg wat ik op die Kunsthumaniora dan allemaal deed, lang geleden. Ik zei: ‘Vanalles’ Waarop zij antwoordde: ‘Vanalles? Vanalles is kiekenstront!’

KIP moest over identiteit en ontmoeting gaan en over hoe die twee in een constante zoekende beweging zitten.
Als ik erop terug kijk is het dat ook geworden.
Want een creatieproces heeft me nog nooit zo ver en diep bij anderen gebracht en bovenal bij mezelf.
Ik heb armoede nog nooit zo hard geroken en aan mijn lijf voelen plakken toen ik op bezoek ging bij een mama van één van de spelers. Want ik zou KIP met kinderen maken.
Ik heb nooit geweten hoe het komt dat ik niet graag aan argumenteren en discussiëren doe terwijl ik de woorden in mijn lijf voel borrelen en koken en ik de tranen in mijn ogen voel aanschuiven om aan te mogen vallen. Tot nu. Nu begin ik het te snappen.
KIP is echt vanalles geweest.

“… Deze ik is in mijn lijf gekropen zonder dat ik het wist.
Hoe ikkig kan ik gaan?
Welke ik ben ik zonder een moeder, een vader, een broer, een zus, een vriend, een vriendin, een buur, een klasgenoot, een passant, een huisdier?
Ik is dan niks.
n-ik-s.
Ik wil naar buiten. …” (fragment uit KIP)

Ik ben heel ikkig geweest om wijig verder te gaan…

Want KIP gaf me de kracht -en volgens anderen een zot idee- om een voorstelling te maken met asielzoekers: Ritus. Om een ontmoeting aan te gaan met -je weet wel, die mensen die we op het nieuws steevast op ons bord krijgen als de nieuwslezer de hoogtepunten van de dag overloopt. Die mensen die gedrapeerd in dekens en doeken op zoek zijn naar veiligheid en tegelijk ons verstikken met een kramp van onveiligheid. Die mensen die -net als ik en jij en jij en jij…- een individu zijn met een kloppende en dreunende overlevingsdrang.
We zijn dat allemaal: overlevers met een drang.
Vanaf die eerste schreeuw leren we onszelf een overlevingsmechanisme aan. Hoe klein of groot de radertjes en tandwielen ook mogen zijn. Niemand wordt gespaard, iedereen zeult zijn rugzakske mee. Wij zijn lijven die zich wurmen in een zoekende en wroetende beweging, op zoek naar onszelf, naar gezien worden, naar graag gezien worden.

Elke workshop werd een geschenk. We deden vanalles en met al die vanalleskes vergaarden we een lappendeken van verhalen, gesprekken en emoties. Al die vanalleskes werden een eerlijke, verscheurende en tegelijk hartverwarmende voorstelling.
Zolang ik zonder verwachtingen, open blik, geduld, een beetje naïviteit, enthousiasme en vol energie mijn vertrouwen gaf aan de spelers.

Wij zijn vanalles, wij zijn kiekenstront.
Of hoe vanalles best wel boeiend en nodig mag zijn.
Of hoe verschillende vanalleskes ertoe geleid hebben om niet bang te zijn en mij nu verplichten om tegen een passant ‘hallo’ te zeggen.
‘Hoe is ‘t?’
Want ie-de-reen sleurt zijn shit mee.

tekst, concept, spel: Nelle De Maeyer
scenografie: Berten Vanderbruggen, Lies Van Loock
Cosmopolitan Chicken Project (kunstwerk): Koen Vanmechelen
coach: Stefan Perceval
fotografie: Kris Dewitte
co-productie met HETGEVOLG

 

 

 

 

 

Got something to say?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *